Alblas home
ALGEMEEN  

Historie


ONTSTAAN HOUTHANDEL ALBLAS


In 1742 werd gestart met de ‘Handel in Hout’ op de Zuidkade. In 1742 wordt een zekere Thijmen van der Helm als zaagmolenaar genoemd en in 1750 was Dirk Lambertsz van der Wolff eigenaar van een houtzaagmolen die de naam ‘De Liefde’ droeg. Deze molen stond op de plek waar tot medio 2008 de zagerij en schaverij van Houthandel Alblas was gevestigd.

Vanaf 1830
Rond 1830 is zaagmolenaar Jan van Klaveren eigenaar van de molen en enkele daarnaast gelegen huizen, schuren, loodsen en een boomgaard, waar in 1836 de Remonstrantse kerk gebouwd zou worden. Na het overlijden van Jan van Klaveren werd zijn weduwe Maartje Potuit eigenaresse. Zij hertrouwde met ene Isaac van Kersen, waarbij het onroerend goed op zijn naam gebracht werd. De houtzaagmolen en erf was 21 roe en 85 el groot (omgerekend ca. 321 m2 en 58 m2). Isaac van Kersen ging een compagnonschap aan met een koopman en tevens scheepsbouwmeester uit Capelle aan den IJssel. Dat was Cornelis Hoogendijk Willemsz. Rond 1860 werd diens zoon Leendert Proos Hoogendijk eigenaar. In 1899 verkocht Leendert Proos Hoogendijk het bedrijf aan zijn zoon Leonardus Fopbertus Hoogendijk, zijn beroep was houtzaagmolenaar. Hij had er echter snel genoeg van, want in het jaar daarop werd het bedrijf in het koffiehuis De Ruiter (later de Unie) aan de brug bij Waddinxveen publiek geveild.

Alblas vanaf 1900
In 1900 werden de twee broers Johannes en Gerardus Alblas eigenaren van de zagerij aan de Zuidkade. Zij noemden zich stoomhoutzagers en houthandelaren. Ze waren zoons van metselaar Cornelis Alblas en van Trijntje Hoogendoorn en waren getrouwd met twee zussen, Cornelia van Eeuwen en Catharina, dochters van winkelier Cornelis van Eeuwen, ook al geen onbekende naam in Waddinxveen.
In 1920 was Cornelis Hoogendoorn, de grootvader van twee van de huidige directeuren, in de vennootschap gekomen en het bedrijf werd voortgezet onder de naam N.V. Houthandel voorheen J. & G. Alblas. Vanaf 1920 is ononderbroken de leiding van het bedrijf in handen van de familie Hoogendoorn (steeds een Cornelis, maar wisselend van jr. naar sr.). Er kwam wel een tweede directeur in het bedrijf, A.J. Wouters, die echter na zes jaar om eervol ontslag vroeg.
In 1941 wordt Cornelis Hoogendoorn jr., nu de vader van twee van de huidige directeuren, benoemd tot onderdirecteur. In 1953 wordt hij benoemd tot tweede directeur, naast zijn vader. In 1961 treedt Cornelis Hoogendoorn terug als directeur en wordt hij gedelegeerd commissaris. Cornelis Hoogendoorn jr. (later weer door het leven als sr.) is dan de enige bestuurder.

Eigendom van het bedrijf
Vanaf de oprichting in 1920 is het eigendom niet alleen in handen van de familie Alblas, maar ook in bezit van enkele anderen, waaronder een houtagent De Looper, later commissaris. Door overdracht en vererving zijn de aandelen daarna in meerderheid in bezit gekomen van beide broers Hoogendoorn. Een resterend deel is in bezit van Alblas familieleden, erfgenamen of kinderen. Alle aandelen zijn ondergebracht in een Stichting en niet vrij verhandelbaar. Men kan gerust stellen dat de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering daarom geanimeerd verloopt. Per slot van rekening is men in zekere zin (verre) familie van elkaar.

In 1965 wordt besloten de naam van de onderneming te wijzigen in Houthandel Alblas N.V. De N.V. wordt later nog omgezet in een B.V.
Eind jaren zestig komt opnieuw de oudste zoon, Cornelis Hoogendoorn jr. (thans sr.), in het bedrijf, die vervolgens in 1981 als tweede directeur wordt aangesteld. Vanaf het overlijden van zijn vader is hij enig directeur. In 1989 wordt zijn broer Jack Hoogendoorn, die al geruime tijd in het bedrijf werkte, als mededirecteur aangesteld. Zijn taak was de vestiging in Rotterdam verder gestalte te geven.

HOUTZAAGMOLEN, STOOMKRACHT EN DE 21e EEUW IN


Houtzaagmolen ‘De Liefde’
Waddinxveen was in de 18e en 19e eeuw een groot aantal molens rijk. Deze molens waren voornamelijk aan de Noordkade en Zuidkade gesitueerd. De Gouwe bood uitstekende verbindingen voor aan- en afvoer van materiaal en producten. Ook elders vindt men nog houtzagerijen en houthandelsbedrijven dicht bij rivieren. In Waddinxveen stonden erg veel papiermolens en een enkele houtzaagmolen.

Overgang houtzaagmolen naar stoommachine en elektriciteit
In Nederland kwam het stoomtijdperk, dat bekend zou worden als ‘de industriële revolutie’ veel later op gang dan in de ons omringende landen. Nederland kende een kwakkelende nijverheid en omstreeks 1853 telde ons land maar 392 stoommachines. Dit in schrille tegenstelling tot Engeland, waar de mechanisatie al ver was gevorderd. Het besluit van Leendert Proos Hoogendijk om de Waddinxveense houtzaagmolen ‘De Liefde’ te laten afbreken en van wind- op stoomkracht over te gaan, getuigt dan ook van visie en ondernemingszin. Hij was één van de eerste, zo niet de eerste in Waddinxveen, die deze stap nam. Het was 1867. In tegenstelling tot andere molens zijn van ‘De Liefde’ geen foto’s gemaakt. De fotografie stond nog in de kinderschoenen. Er zijn wel verschillende pentekeningen en tegeltableaus gemaakt. Ook circuleert er een kleurenschilderij, waarvan een afdruk is gemaakt. Houtzaagmolen ‘De Liefde’ is een stellingmolen met de zagerij er direct onder gebouwd. De onderhoudskosten van een windmolen waren hoog en men was geheel afhankelijk van de wind om de zaak draaiende te houden. De wind was echter gratis en dat kon van de steenkolen voor de stoommachine niet gezegd worden. In 1863 echter was de accijns op de brandstoffen afgeschaft, waardoor het stoken betaalbaar werd. Daarnaast beschikte de houtzagerij over veel houtafval dat zonder meer in de stoomketel verdween. De Waddinxveense bevolking en de collega-ondernemers van Leendert Proos Hoogendijk zullen hun hoofd geschud hebben over zoveel nieuwigheid. De stoommachine werd op zijn minst gewantrouwd door het vermeende ontploffingsgevaar. Het heeft dan ook enige tijd geduurd voordat zijn voorbeeld gevolgd werd. Kennelijk moest men zelf ook aan de nieuwe situatie wennen. Het bedrijf werd aangeduid als stoomhoutzaagmolen. In 1905 werd vergunning gevraagd aan het college van Burgemeester en Wethouders van Waddinxveen om de oude stoommachine en stoomketel te vervangen. Deze werd verleend en er werd een stoomketel geplaatst, 6 meter 80 cm lang met een diameter van 1 meter 70 cm. De stoomdruk bedroeg 8 kg/cm2 en had 40 m2 verwarmend oppervlak. Tevens werd een stoommachine van 75 pk geplaatst, een staande twee cilinder Compound. De schoorsteen was 18 meter hoog. De stoommachine dreef een raamzaag aan voor het zagen van de boomstammen. Alleen het bestuur van de naastgelegen Remonstrantse kerk eiste dat de vergunning slechts verleend zou worden als de machine gedurende de godsdienstuitoefening stilgezet zou worden.
In een tijd dat de meeste bedrijven overgegaan waren op benzine- en dieselmotoren en hier en daar aarzelend elektromotoren, bleef Alblas de stoommachine trouw. Directeur Hoogendoorn ging vergezeld van zijn machinist naar Essen in Duitsland en schafte bij Krupp een 17 jaar oude stoommachine aan. Het was een liggende, twee cilinder en het vliegwiel had een diameter van 4 meter en 19 centimeter. Ook werd een in 1919 door Walther & Giaag vervaardigde stoomketel van 10 atmosfeer gekocht. De stoommachine had een enorm vermogen van 220 PK en dreef via een 28 meter lange as, die onder de vloer liep, een raamzaag, twee schaafbanken en twee zaagmachines aan. Nadat de Dienst voor het Stoomwezen in 1959 alles had afgekeurd, gingen ketel en machine in 1965 een roemloos einde in het oude ijzer tegemoet. Pas in 1962 werd van stoom overgestapt op elektrische aandrijving van de machines. De houtzagerij was een van de eersten die op stoom overgingen en was de laatste om stoom als krachtbron op te geven. Bijna honderd jaar lang is er sprake geweest van een stoomhoutzagerij.

Rampspoed jaren 1920
De jaren twintig bleken niet gelukkig voor de firma. In 1925 brandde de gehele zagerij af. De gehele inventaris inclusief ketel en machines, werd verwoest. De Goudsche Courant van 17 september 1925 meldde: ‘Gisterennamiddag omstreeks half vier is brand uitgebroken in het ketelhuis van de fabrieksgebouwen en opslagplaatsen van de N.V. Houthandel v.h. J.&G. Alblas, gelegen aan de Zuidkade. Toen de stoker zaagsel in den vuurhaard wierp, sloeg de vlam terug die onmiddellijk de in de directe nabijheid liggende krullen aanstak, waardoor het vuur zich in een oogwenk verbeidde. Terstond wendde de stoker pogingen aan om met emmers water het vuur te blusschen, maar het vele brandbare materiaal dat daar lag, maakte dit onmogelijk. Terstond werd daarop alarm gemaakt en werd de hulp van de brandweer en de autoriteiten ingeroepen. Zoodra Burgemeester Troost op het terrein van de brand verscheenen was en den toestand overzag, vreesde hij voor een groote uitbreiding, waarop hij terstond naast de Waddinxveense brandweer de hulp inriep van de Goudsche brandweer. Met eigen middelen toch was aan blusschen niet te denken. Het dak van het ketelhuis had al heel spoedig vlam gevat en gevreesd werd dat het hoofdgebouw, de houtloodsen en houtstapels, die op het groote terrein staan, een prooi der vlammen zouden worden. De Goudsche brandweer die te half vijf het verzoek tot hulpverleening ontving, rukte reeds 10 minuten later met de bemande motorspuit uit. Om vijf uur werd reeds water gegeven. Met vier stralen bestreed de motorspuit het vuur. Door de ligging der fabriek aan den openbare weg was het niet zoo makkelijk om het vuur direct aan te pakken. De geweldige hoog opstijgende vuurkolommen voerden dikke rookwolken met zich mee. De houtloodsen en losse houtstapels konden worden gespaard, van het gebouw met de machines kon niets meer worden gered. Door het afsluiten van den stoom door het personeel van de fabriek werd verder onheil voorkomen. Ook twee huizen konden worden gespaard, die door de overvliegende vonken reeds in brand waren geraakt. Om negen uur werd brand meester gegeven. De brandweer maakte gebruik van rookmaskers. Zeer velen waren naar het terrein toegestroomd; de orde werd gehandhaafd door de politie, de rijksveldwachter en Burgemeester P.A. Troost. De directie van den Houthandel betuigde zijn dank voor de ondervonden goede hulp en bijstand Het bedrijf staat stil. Alles is verzekerd.’ In 1926 werd een nieuwe schaverij en zagerij naar een ontwerp van architect Stuurman gebouwd.
In hetzelfde jaar 1926 werd het uit een schip geladen hout rechtop in de loods geplaatst. Door de druk van dit hout op het gebinte, zakte de loods als een kaartenhuis in elkaar. De Goudsche Courant van 9 augustus 1926: ‘Donderdagavond is alhier een grootte houtloods van de N.V. Houtzagerij en Schaverij v.h. J. en G. Alblas ingestort. Omrent de oorzaak vernemen wij, dat de loods, een zogenaamde raggelschuur, welke een oppervlakte beslaat van 20 x 50 m. en tjokvol met opgestapeld hout stond, door houtverschuiving moet zijn ingestort. De instorting geschiedde met oorverdovend geraas en een groote stofwolk vloog boven de huizen uit. Men dacht niet anders of er was brand uitgebroken en velen snelden naar de plaats des onheils. De loods is in een ruïne veranderd. Het dak was met dakpannen afgedekt en honderden pannen liggen aan stukken verstrooid. De woningen zijn op last van de politie ontruimd. De schade loopt in de duizenden’ Er werd een nieuwe loods voor in de plaats gebouwd.

Nevenvestigingen
Voor de Tweede Wereldoorlog bezat Houthandel Alblas een vestiging in Den Haag in de Fahrenheitstraat. Vanwege de ligging in de sperzone voor de kust, moest dit in de oorlog worden gesloten. Na de oorlog werd besloten dit niet meer te heropenen. Ook zou de onderneming nog een vestiging in Utrecht hebben gehad, echter daar is niets van terug te vinden in de geschiedenis. Rotterdam bleek wel een goede keus. Van de start is weinig meer bekend dan dat tot 1963 een pand aan Zwaanshals wordt gehuurd. In verband met een voorgenomen veiling vreest men het pand kwijt te raken, echter door voorkeursrecht van koop voor de Houthandel wordt dit gevaar afgewend. De ligging was echter niet ideaal, zodat in 1983 werd uitgeweken naar een ander pand aan de Soetendaalseweg. Ook hier groeide men na enkele jaren uit, terwijl ook de bereikbaarheid in de drukke binnenstad tot steeds meer problemen leidde. Vanaf 1992 werd een zeer ruim pand met volop parkeerruimte aan de Ceintuurbaan betrokken. Als voormalige suikerwerkenfabriek bleek de locatie uitstekend geschikt als afhaalcentrum voor de Rotterdamse klanten.
Zuidkade
Bedrijfsvoering van een houthandel was geen gemakkelijke opgave. Er was veel ruimte nodig. Hoewel de aanvoer over water nogal eenvoudig leek, bracht het lossen meer problemen met zich mee. Ondanks dat er hijs- en transportmiddelen waren, bleef er toch nog veel mankracht nodig. Ruimtegebrek was er altijd en dat leidde vaak tot aankoop van grond en panden om zodoende weer nieuwe ruimte te creëren. De locatie Zuidkade was aanvankelijk niet efficiënt ingedeeld - de grond liep zelfs door tot de Kanaaldijk - zodat door de tijd ruilverkaveling plaatsvond om uiteindelijk een vrijwel vierkant stuk grond, behalve een ontbrekend stukje waar de Remonstrantse kerk op staat, van 3,84 hectare te verkrijgen; ruim 100 keer zo groot als 100 jaar eerder.

Boten en balkengaten
De boomstammen van iepen, eiken en Amerikaans grenen werden per zeeschip naar Amsterdam vervoerd. Daar werden ze gevlot en door Alblas zelf opgehaald. Alblas bezat 4 schepen, de ‘Houthandel 1 tot en met 4’ genoemd. De ‘Houthandel 1 en 2’ hadden een Deutz gloeikopmotor en de andere twee waren niet met een motor toegerust. De opgehaalde stammen werden in de Gouwe in zogenaamde balkengaten gelegd. Alblas had er vier: voor de zagerij, voor de Remonstrantse kerk, voor de Burgemeester Trooststraat en in de Kromme Gouwe. Het was in deze balkengaten dat de Waddinxveens jeugd het ‘balkie lopen’ bedreef. Over de boomstammen zover mogelijk zien te lopen. Door het draaien en de gladheid van die kletsnatte stammen was dat natuurlijk een levensgevaarlijke bezigheid. Het personeel van Alblas heeft dan bijna een dagtaak gehad aan het wegsturen van Waddinxveense waaghalzen. De boomstammen werden via een lier over de spekgladde helling in de Gouwekant de zagerij ingetrokken en gezaagd. Het is zelfs enige tijd zo geweest dat een gedeelte van de openbare weg ter hoogte van de helling nog van hout was. In de jaren zestig en zeventig werd het hout met coasters vanuit Noorwegen tot in de Gouwe gebracht. Het was zaak zo’n coaster (soms waren het er wel twee of drie) zo snel mogelijk te lossen. Dat betekende overwerk voor het personeel. Onder leiding van de werfbaas werd het hout, door middel van een hijsinstallatie, op lorries geladen. De lorries werden door middel van spoorrails naar achter gereden, waar het hout tot ver in het weiland werd opgestapeld. Vooral de komst van een coaster met ‘raaphout’ werd door het personeel niet bepaald reikhalzend tegemoet gezien. De laadruimte was economisch benut met hout van verschillende lengte en had iets van een legpuzzel, wat het lossen langdurig en bewerkelijk maakte.

Anekdote Remonstrantse kerk
In de jaren twintig stond de Remonstrantse kerk te koop. Cornelis Hoogendoorn had hier wel belangstelling voor. Nadat de koop vrijwel rond was, liet Cornelis Hoogendoorn zich ontvallen wat de bestemming was, namelijk het gebouw te gebruiken als houtmot opslagruimte. Begrijpelijkerwijs ging de koop niet door. Later is de kerk op de monumentenlijst geplaatst.

Afscheid Zuidkade
Rond de jaren negentig was het duidelijk dat voortzetting op de Zuidkade steeds moeilijker werd; de bereikbaarheid liet te wensen over, de gebouwen waren sterk verouderd en voldeden zeker niet meer aan de huidige maatstaven. Al geruime tijd werd omgekeken naar een andere locatie. Dat was geen gemakkelijke opgave. Het zoeken nam jaren in beslag en meerdere locaties werden niet geschikt of te klein bevonden. Pas in 2006 werd besloten een terrein van 2 hectare te kopen in het Gouwe Park in Moordrecht, waarop nieuwbouw werd gerealiseerd van een opslaghal, machinale afdeling en kantoren. De eerste paal werd geslagen door de kleinzoon van Cornelis Hoogendoorn sr (bij zijn aantreden jr). Bij het betrekken van dit pand in 2008 waren de banden met Waddinxveen definitief verbroken. Een lange geschiedenis kwam daarmee ten einde. Bij de sloop van de gebouwen op de Zuidkade kwam de fundering van de molen‘ De Liefde’ nog een keer te voorschijn. Een symbolischer afscheid was niet denkbaar. Op de oude locatie verrijzen ca. 160 woningen. Misschien blijft de naam Alblas in deze wijk bewaard, zo blijft de geschiedenis op deze locatie toch nog in zekere zin behouden.


Houthandel Alblas b.v. - E-mail: - KvK.nr: 29000123
Moordrecht - Rotterdam: 0182-614066